Wet tot zedelijke bescherming van de jeugd

De wet van 15 juli 1960 tot zedelijke bescherming van de jeugd bevat bepalingen over de toegang van minderjarigen tot bepaalde uitgaansgelegenheden en horecazaken.

Zo is de toegang van minderjarigen onder de achttien jaar verboden tot onder meer speelhuizen en inrichtingen waar diensters of entraineuses gewoonlijk samen met klanten drank verbruiken.

Daarnaast bepaalt de wet dat kinderen jonger dan zestien jaar niet toegelaten zijn in danszalen en drankgelegenheden wanneer er wordt gedanst, tenzij zij gehuwd zijn of vergezeld worden door hun vader, moeder, voogd of de persoon aan wiens toezicht zij zijn toevertrouwd.

Wanneer de toegang van minderjarigen in een zaak verboden of beperkt is, moet de wettelijke informatie hierover duidelijk zichtbaar worden uitgehangen aan de ingang van de inrichting, samen met het toepasselijke verbodsbord met de tekst: ‘Verboden toegang voor minderjarigen beneden 18 jaar’ of ‘Verboden toegang voor ongehuwde minderjarigen beneden de 16 jaar die niet vergezeld zijn door hun vader, moeder, voogd of van een persoon aan wiens bewaring zij zijn toevertrouwd’.

Raadpleeg hieronder de volledige tekst van de wet tot zedelijke bescherming van de jeugd.